Govert Geleijnse en een leven met de Straô

| life design | |

“Als je voorop rijdt en met zo’n hele stoet het strand opkomt, dan gebeurt er wel wat met je hoor”, zegt Govert Geleijnse. “Dat is machtig. Bijna magisch.” De eeuwenoude Straô-traditie is diep verankerd in het leven van Govert, geboren en getogen in Burgh-Haamstede. Zijn eerste herinneringen aan de Straô zijn als klein jongetje, toen stond hij tijdens de rit steevast op wacht bij het café. Wanneer de ruiters daar even stopten voor een borrel, mocht hij hun paarden vasthouden. “Wat was je dan trots”, herinnert hij zich. Dat diezelfde traditie later zo’n grote rol in zijn eigen leven zou spelen, kon hij toen nog niet weten.

“Ik weet eigenlijk niet beter”, zegt Govert. “Ik ben nu 82 en vanaf mijn veertiende rijd ik zelf al mee.” Hij haast zich daaraan toe te voegen: “Dat is geen verdienste hoor. Ik ben vooral dankbaar dat het me gegeven is. Het is gewoon een prachtige traditie.” Misschien zit het wel in zijn genen. Zijn moeder was, als boerendochter uit Noordwelle, ooit het eerste meisje dat meereed in de Straô van Renesse en later ook in Burgh-Haamstede. En zijn vader, Mari Geleijnse, reed tot op hoge leeftijd mee. “Volgens de traditie rijdt de oudste ruiter voorop en kiest hij zelf een maat om de stoet te leiden. Mijn vader reed altijd samen met Nico Dambruin voor de stoet”, vertelt Govert. “En ik rijd nu al jaren met mijn zoon Niek. Dat vind ik toch wel mooi.”

De dag vóór de Straô staat in het teken van voorbereiden, de versiering en de kleding is klaar. Tegenwoordig rijden de ruiters weer veelal in een witte broek en een zwart jasje, helemaal volgens de oude gebruiken. Vroeger begon dat allemaal al weken eerder”, vertelt Govert. “Dan mocht ik crêpepapier halen en roosjes draaien, tot je vingers ervan bloedden. En als je pech had en het regende, was alles in één keer weg”, lacht hij. Inmiddels zijn de versieringen vaker van wol en gaan ze langer mee. Praktischer, maar nog steeds met dezelfde zorg en liefde gemaakt. Wat ook veranderd is in de loop der jaren, zijn de regels rond het evenement. Vergunningen en afspraken rond veiligheid: het hoort er tegenwoordig allemaal bij. “En dat is ook heel goed, hoor” zegt Govert. “Ik ben altijd weer blij en dankbaar als om vijf uur iedereen weer veilig binnen is en het feest kan beginnen.”

Als bestuurslid van het Straôcomité zet Govert zich actief in om de traditie levend te houden, vooral voor de jongere generatie. “Je moet zorgen dat de jeugd betrokken blijft én het leuk blijft vinden”, zegt hij. “Dat ze ieder jaar terug blijven komen.” En dát is misschien wel de kern van de Straô voor Govert: geen folklore voor de buitenwereld, maar iets wat je echt samen doet. Jaar na jaar. Van generatie op generatie. “Zolang ik kan, zal ik er alles aan doen om de Straô-traditie levend te houden. Samen door het zilte zand en het zoute water heen.”