Jonge molenaars blazen nieuw leven in eeuwenoud erfgoed

| Sonja Barentsen | |

Janneke pakt een mes, kijkt even goed en maakt dan met zekere hand een lange snee. “Ook een stukje taart?”
De benedenruimte van molen De Haan is ingericht als een appartementje inclusief keuken en oven. En daarin heeft Janneke net een plaattaart gebakken. Alle molens van Schouwen-Duiveland zijn uniek en dat geldt zeker ook voor deze molen waar je gewoon zou kunnen wonen.

Jonge molenaars geven de molens op Schouwen-Duiveland nieuwe energie. Zij houden de boel letterlijk draaiende - en zolang een molen draait, leeft-ie. Dat doet wat met de omgeving. Hier stappen mensen van hun fiets en ontmoeten buren elkaar voor een praatje. We spraken Jeroen en Janneke, twee van die jonge molenaars, over hun liefde voor en bijdrage aan het levende erfgoed.

De molens van Schouwen-Duiveland

“Als we draaien, komt er binnen vijf minuten iemand langs”, vertelt molenaar Jeroen. Molenaar Janneke van molen De Haan: “Soms ben ik net binnen en dan staan de buren al op de stoep.” Er staan twaalf molens op Schouwen-Duiveland en bij zo’n beetje al die molens geldt: als de molen draait, ben je welkom. En dan gaat er een wereld voor je open. Elke molen heeft een eigen verhaal en hoe langer je kijkt, of naar de verhalen van de molenaars luistert, hoe meer je daarvan meekrijgt.

Janneke Ruitenbeek: molenaar van De Haan in Brouwershaven over haar woman cave

Janneke heeft een topdag gehad in De Haan op de bolwerken van Brouwershaven. Lekker gegeten met vrienden onderin het keukentje. Ze staan op het punt nog een bordspelletje te spelen en ineens hoort ze een onbekend geluid uit de kap. Een soort geschraap en dus gaat ze snel bovenin de molen kijken of alles goed gaat. Daar vliegen de houtkrullen in het rond. Zo snel ze kan, zet ze de molen stil en dan gaat ze op onderzoek.

Er is een schroef losgekomen en die zit nu vast in een vangblok (een soort houten remblok). “Die schroef heeft een spoor door de vangblokken getrokken.” Dit zijn de momenten dat Janneke als leerling-molenaar blij is dat ze even kan bellen met leermeester Jeroen. “Hij ademt molens. De zeilen oprollen en de molen veilig wegzetten, dat kon, het was fijn dat Jeroen dat even bevestigde.” Een dag later viel de schroef spontaan uit het vangblok en nu draait de molen weer als vanouds.

Janneke is docent in het speciaal onderwijs en was niet op zoek naar een nieuwe hobby. Maar toen haar zoon zich in 2019 voor zijn huiswerk in molens moest verdiepen, kwam ze erachter dat er een tekort was aan jonge molenaars en al helemaal aan vrouwen. “Ik heb me in een opwelling aangemeld voor de opleiding.”

Die opleiding volgt ze nog steeds. “De Haan voelt als een thuis, zo vaak als lukt probeer ik te draaien. Grote klussen doe ik altijd met een ervaren molenaar samen. Een molen hoort niet zoals hier te zijn eigenlijk. Met zo’n huiskamer en een keukentje, maar het past me als een jas. Dit is echt mijn womancave. Als ik een tijdje niet ben geweest, dan voel ik: ik móét ernaartoe. Even kijken hoe het gaat, alles opruimen en nalopen en liefst: draaien. Ik kan er heel erg van genieten als er niemand is. Dit alleen maar bezig zijn met de molen zelf. Het vvvoem, vvvoem, vvvoem wanneer de wieken helemaal goed op de wind staan. Heerlijk! Tegelijk spreekt het sociale aspect van de molen me ook aan. Ik wil dat mensen zich echt welkom voelen. Daarom bak ik graag taarten. Bij de Molendagen of Open Monumentendagen zorg ik voor lekkere koffie en een stuk taart.”

De Haan is een taaie. Je moet trekken en sleuren voor er beweging in komt. Janneke: “Ik krijg heel vaak de vraag of ik de molen ‘even’ aan wil zetten. Dan zeg ik: ‘Ja hoor! Ik druk wel even op de knop.’ Maar zeker als ik moet kruien, de kap draaien om de wieken in de juiste positie te krijgen, ben ik soms wel drie kwartier bezig. De molen draait al veel soepeler dan toen ik begon. Toen had De Haan zo lang stilgestaan; nu werkt alles veel beter doordat ik er regelmatig ben en de boel laat draaien.”

Jeroen van Dijke: molenaar van Den Haas in Zierikzee over zijn molenobsessie

De schoolklas heeft uitleg gehad over molens en over Den Haas. Een van de meisjes zegt: “Meneer!” Jeroen hurkt naast haar en krijgt dan zijn eigen uitleg terug. “U heeft een toren met wieken. Alles is moeilijk en wat er uit de toren komt, kun je nog niet eten.” Jeroen kijkt met haar mee naar de molen die boven hun uittorent en beseft dat het inderdaad een ingewikkeld verhaal is met toeleveranciers en halfproducten. “Ik vond dat zo’n bijzondere observatie van een kind. En nu zie ik die molen ook zo. Een toren met wieken. En wat ik maak, is nog niet af.”

Molens zijn altijd belangrijk geweest voor Jeroen. “Ik kijk al naar molens sinds ik mijn ogen open kon doen. Als het maar draaide, dan keek ik.” Jeroen liep vanaf zijn zesde mee bij een molenaar. “Dat was het einde. Vanaf toen was ik elke zaterdag en elke vakantie in de molen.” Toen hij zeventien was en Den Haas weinig meer draaide, schreef hij de gemeente. Hij mocht er molenaar worden mits hij het molenaarsdiploma zou halen. En inmiddels is Jeroen al jaren actief als molenaar naast zijn werk bij Erfgoed Zeeland.

Het is voor Jeroen altijd Den Haas geweest. “Waarom precies, weet ik niet. Maar ik kan natuurlijk wel uitleggen wat ik er bijzonder aan vind. Den Haas is gebouwd om een oude standerdmolen te vervangen die versleten was en niet genoeg wind meer ving. Ze hebben Den Haas toen vrijwel op dezelfde plek vlak naast de haven gebouwd. Je ziet dat hij precies hoog genoeg staat om boven de huizen van Zierikzee te kunnen draaien. Weet je wat mooi is? Wanneer het avond is en er is zo’n supermaan. Pas nog heb ik de verlichting even helemaal uitgezet en de molen laten draaien. De molen onder de sterren zien draaien is zo mooi.”

Een paar jaar terug werd Zierikzee getroffen door een tornado. Precies toen was Jeroen er niet. “Maar ik heb geleerd dat je een molen altijd zo vast moet zetten of er een orkaan aankomt, dus dat zat wel goed.” Wat hem vooral bijstaat van die dag zijn de vele telefoontjes van inwoners die hij kreeg. “Je bent toch de molenaar en ze weten dat je op zo’n moment zorgen maakt.”

“De geur van versgemalen meel. Dat is zo’n beetje de beste geur die er is,” vertelt Jeroen. Tegelijk is dat de geur die nu in Den Haas ontbreekt. “Op dit moment ben ik zelf de molenstenen aan het scherpen. Helemaal op de hand, de groeven weer in de stenen slijpen. Daarna kan de molen weer malen en komt die geur weer terug. Daar ben ik blij mee, want een molen moet draaien.”

Ooit waren molens het toppunt van nieuwe techniek. Nu zijn het plekken waar bouten, schroeven, roedes, moeren en vooral de bevlogen molenaars alle mechanismes - en tegelijk ook de gemeenschap een beetje - draaiende houden. En daar hóéf je geen taart voor te bakken; de mensen komen als vanzelf. Om een praatje te maken, omdat ze zich betrokken voelen, omdat ze nieuwsgierig zijn wat er in zo’n molen gebeurt en soms omdat ze ineens bedenken: dit ambacht wil ik ook in de vingers krijgen.