Renesse - aan zee

Renesse is een dorp met een lange adem. Van prehistorische bewoners in de duinen tot badgasten op het strand: hier stapelen de verhalen zich op. De zee vormde het landschap, de mensen gaven het karakter. Ontdek hoe een ringdorp uitgroeide tot een levendige badplaats op Schouwen-Duiveland.

Oeroude kust

Renesse ligt op een stuk Zeeland dat al duizenden jaren bewoond is. Lang voordat dijken het land vormgaven, lag hier een lage kust van strandwallen en oude duinen. Al rond 3000 voor Christus woonden hier mensen. Bij Haamstede zijn resten gevonden van een nederzetting uit circa 2460 voor Christus. De duinen boden veiligheid bij stormvloeden. Er was zoet water en op de vlakke binnenduinen werd landbouw bedreven. De ligging – hoog en beschut – maakte deze plek aantrekkelijk om te blijven.

Ontdek onze stranden
Kop van Schouwen

Middeleeuws Renesse

De eerste officiële vermelding van Renesse dateert uit 1244. In een oorkonde gaf graaf Willem II van Holland en Zeeland de monniken van Ten Duinen toestemming om vrij van tol handel te drijven. Het document werd opgesteld in het huis van ridder Costijn van Renesse, bewoner van de eerste versie van het huidige Slot Moermond. Het dorp ontstond als ringdorp rond de Jacobuskerk en werd toen Riethnesse genoemd: een verwijzing naar riet en een landtong (nes). De inwoners kregen door de eeuwen heen bijnamen. ‘Zandloapers’ is de bekendste. Een oudere spotnaam was ‘geitenbokken’. Veel gezinnen hielden een geit – de koe van de armen. De grond in de Westhoek was schraal en akkers hadden geregeld last van zandverstuivingen.

Slot Moermond

Over de Jacobuskerk

Blikvanger in het centrum van Renesse is de gotische Jacobuskerk uit 1506 aan de Lange Reke. Waarschijnlijk stond hier eerder een romaanse kapel. Het hoofdaltaar was gewijd aan Jacobus de Meerdere, de heilige van Santiago de Compostela. De kerk maakt deel uit van de eeuwenoude pelgrimsroute naar Spanje. Rondom de naamdag van Jacobus (25 juli) wordt jaarlijks de kermis gehouden.

Meer weten?
Kerk Renesse

Watersnood en wederopbouw

De Watersnoodramp van 1953 had grote impact. Met het Deltaplan veranderde de bereikbaarheid van het eiland ingrijpend. Vanaf 1965 kon Schouwen-Duiveland via de Grevelingendam met auto of brommer worden bereikt. De landbouwgrond, toch al schraal, verslechterde verder door het zoute water. Boeren en fruittelers begonnen campings om extra inkomsten te verdienen. Projectontwikkelaars bouwden de eerste bungalowparken. Toerisme werd steeds belangrijker voor het dorp.

Renesse zeehonden