Een duurzame melkveehouderij: van gezonde bodem naar duurzame melk

| Femke van Gelder | |

Sinds 1994 is de melkveehouderij van Anton Marijnissen gevestigd op de zeekleigronden in Nieuwerkerk. Inmiddels telt het bedrijf 168 koeien en staat zoon Ruben aan het roer. Hij werkt aan een duidelijke ambitie: de melkveehouderij verduurzamen en toekomstbestendig maken voor de volgende generatie.

Ruwvoer maakt het verschil

Volgens Ruben begint duurzaam melk produceren bij de basis: de kwaliteit van de bodem en het voer van de koe. “We zijn begonnen met de overstap van krachtvoer naar het verbouwen van ons eigen voer voor de koeien. Dat doen we met ruwvoer zoals luzerne, vlinderbloemen en klavers.” Door zelf ruwvoer te telen kan de melkveehouderij stappen zetten richting een natuurlijke manier van boeren, met minder gebruik van kunstmest en bestrijdingsmiddelen. “Vorig jaar hebben we heel weinig kunstmest hoeven strooien en hebben we geen bestrijdingsmiddelen meer gebruikt. Dit jaar willen we naar nul N kunstmest (N is stikstof in kunstmest)”.

Het verbouwen van eigen voer draagt bij aan een circulaire bedrijfsvoering. “We produceren zelf duurzame gewassen, die worden geoogst en gedroogd en vormen vervolgens het ruwvoer van de koe. Dat zorgt voor duurzame melk zonder de invloed van kunstmest, minimale hoeveelheid krachtvoer en bestrijdingsmiddelen.”

Ook op het erf wordt er gewerkt aan verduurzaming. Zo wekt een windmolen energie op voor het bedrijf. “In Zeeland waait het vrijwel dag en nacht. Die wind zetten we om in stroom, zodat de melkrobots dag en nacht kunnen draaien.”

Naast dat deze duurzame bedrijfsvoering zorgt voor gezonde koeien en een gezond product heeft het ook positieve invloed op het stikstofprobleem. “Door het ruwvoer zakt onze emissie, hierdoor is onze uitstoot lager en hebben we al een groot deel van ons aandeel in het stikstofprobleem verminderd.”

Zelf aan zet

De omschakeling naar een duurzamere bedrijfsvoering heeft de melkveehouderij zelf gefinancierd, zonder subsidies. Volgens Ruben begint de verandering vooral bij de ondernemers zelf. “Je moet echt zelf aan zet. Je kan wachten tot er dingen opgelegd worden, maar je kan het beter voor zijn.”

Vanuit die houding is de melkveehouderij ook actief in gesprek gegaan met de provincie over onderwerpen als stikstof en verduurzaming. “Met de provincie loopt het heel erg goed.” Inmiddels wordt het bedrijf zelfs gezien als voorbeeld voor andere landbouwbedrijven in de provincie.

Blik op de toekomst

Voor Ruben voelt het circulair en duurzaam ondernemen goed. Hij ziet de toekomst positief in, maar er is wel nog werk aan de winkel. “De generatie boeren na mij gaat een mooie toekomst hebben, maar we moeten zelf nog even door de zure appel heen bijten. Dat kan voor nu even taai zijn, maar er zijn genoeg oplossingen en uitdagingen.”

Tegelijkertijd kijkt hij naar nieuwe kansen voor het bedrijf. Zo onderzoekt Ruben de mogelijkheid om zijn melk in de toekomst zelf te zuivelen. “Samen met een melkfabrikant kijken we hoe we onze melk kunnen verwerken tot eigen zuivelproducten. Die willen we vervolgens op het eiland afzetten, bijvoorbeeld bij horeca en in supermarkten.”

Ruben spreekt met veel enthousiasme over zijn werk en de verduurzaming van het bedrijf. “Als de koeien gezond zijn, ga je zelf met plezier naar je werk en dat is fijn”. Hij hoopt dit voort te kunnen zetten en benadrukt daarbij het belang van de samenwerking tussen boeren op Schouwen-Duiveland. “We moeten zorgen dat de landbouw hier blijft bestaan. Ik ben er zelf van overtuigd dat het blijft, want er is geen mooiere delta dan hier op het eiland. Daar moeten we zuinig op zijn.”

 

Meer duurzame ondernemers